Lekker tafelen
Home Menuleer Tafellinnen Borden&Bestek Tafels opdekken Serveertechnieken Test uw kennis
Test uw kennis aan tafel
1. Hoeveel couverts mogen maximum langs de rechterzijde van het
    bord opgedekt worden?

a)
6 stuks
b) 4 stuks

c)
5 stuks
d) A B en C zijn goed

2. Welk bestek dek je op voor paling op toast?
a) Klein mes en kleine vork
b) Groot mes en grote vork
c) Vismes en visvork
d) A en C zijn goed

3. Wat is ménage?
a) Peper en zout
b) Peper, zout, suiker,olie en azijn
c) Alle kruiderijen die op tafel gezet kunnen worden
d) A en B zijn goed

4. Wat betekent debrasseren?
a) Algemene vakterm voor afruimen van materiaal
b) Gasten naar hun plaats wijzen
c) Tussen de gangen door van plaats verwisselen
d) Het einde van het ontbijt, lunch of diner

5. Wat is een digestief?
a) Kopje koffie of thee
b) Mineraalwater geserveerd met ijs
c) Koffie met bonbons
d) Een spijsverteringsbevorderend drankje

6. Wat is een flute?
a) Champagneglas

b) Speciaal glas voor Duitse wijnen
c) Beide zijn het juiste antwoord

7. Wat dek je op voor een kop soep?
a) kleine lepel toastbordje,-mesje brood en boter
b) kleine lepel toastbordje brood of soepstengel
c) kleine lepel toastbordje,-mesje brood en soepstengel
d) kleine lepel toastbordje en brood

8. Wat is oplegbestek?
a) Lepel en vork bestemd voor de gast om zijn eten over te brengen
        van schaal naar bord

b) Lepel die bestemd is voor de gast om zijn eten over te brengen
        van schaal naar bord 
c) A en B is allebei goed
d) Verzamelnaam voor het serveren van gerechten